WELKOM

Cool

Photobucket

Winden en de partner

Winden laten in aanwezigheid partner geaccepteerd
Winden laten, doen we allemaal. Gemiddeld vijftien per dag. Winden inhouden doen we ook allemaal. En dat kunnen we beter niet doen. Het inhouden van winden kan volgens het tijdschrift gezondNU leiden tot uitstulpingen van de darmen en de giftige darmgassen kunnen door opname in de bloedbaan klachten als vermoeidheid en hoofdpijn veroorzaken. Winden laten, doet zeventig procent van de Nederlanders in de nabijheid van de partner, blijkt uit opinieonderzoek van gezondNU. Ruim veertig procent windt in de nabijheid van de kinderen en veertien procent laat winden rustig gaan in de aanwezigheid van vrienden. In het openbaar vervoer gunt twaalf procent van de Nederlanders zijn winden de vrijheid. Een wind zegt niets over de darmen maar alles over het eetgedrag. Slechts dertig procent van de Nederlanders onderschrijft deze stelling. En toch is het waar. Het eten is het probleem en het gedrag rond het eten. Wie bijvoorbeeld gehaast eet en slecht kauwt, bezorgt zijn darmen overwerk. De winderigheid die daarmee gepaard gaat, veroorzaakt ook klachten als een opgeblazen gevoel en opboeren. Veertig procent van de Nederlanders geeft in het opinieonderzoek van gezondNU aan dat zijn winden ruiken naar rotte eieren. Deze geur wijst op een slechte eiwitvertering als gevolg van een overschot aan dierlijke eiwitten. Darmbacteriën die van eiwitten leven, gaan extra groeien. De darmbacteriën produceren giftige afvalstoffen die een slechte adem, vermoeidheid en hoofdpijn kunnen veroorzaken. Een zurig ruikende wind is het gevolg van gisting in de darmen. Door een overvloed aan koolhydraten als suikers ontstaat gisting. Ook het eten van fruit na de maaltijd of fruit en rauwkost gecombineerd geven gisting. Bij gisting komen alcoholische verbindingen vrij die belastend kunnen zijn voor de lever. Ook het geluidsvolume van de wind onthult veel. Een zachte wind duidt op een vetverteringsprobleem. Hard klinkende winden komen voor bij een slechte koolhydraatvertering. Stel, u staat in de rij bij de kassa en u moet een wind laten, wat doet u dan? Die vraag stelde gezondNU aan een representatieve groep Nederlanders. Bijna tachtig procent probeert de wind in te houden. Zestien procent laat hem stiekem gaan en doet alsof de neus bloedt als iemand het opmerkt. Veertien procent loopt even weg en dertien procent laat de wind zo zachtjes mogelijk ontsnappen. Een ingehouden wind geeft extra druk op de darmwand waardoor afvalstoffen in de bloedbaan kunnen belanden en uiteenlopende klachten kunnen veroorzaken. De druk in de darmen kan zo hoog oplopen dat het darmslijmvlies door de gaatjes in de spierwand naar buiten worden geperst. Er ontstaan dan kleine uitstulpingen in de darmwand, divertikels, waarin zich voedselresten kunnen ophopen die tot ernstige darmontstekingen kunnen leiden. De helft van alle Nederlanders doet niets om winden te vermijden. Ruim twintig procent mijdt voorafgaand aan bijvoorbeeld een vergadering bekende winden-veroorzakers als uien en bruine bonen. Tien procent mijdt deze voedingsmiddelen constant. Zes procent neemt preventief probiotica tegen winden en vier procent eet zo rustig mogelijk om winden te voorkomen. [22 april 2008]

Bron: GezondNu

Zomertijd

Zomertijd: klok uur vooruit

 Klokgang

 

zaterdag 29 maart 2008 11:17

De komende nacht gaat in alle lidstaten van de Europese Unie de zomertijd in.

Om 02:00 uur moet de klok één uur vooruit worden gezet.

Langer licht
Dat betekent dat het vanaf morgen 's morgens iets langer donker is, terwijl het in de avond langer licht blijft. Zonder zomertijd zou het eind juni tegen half vier licht worden en 's avonds om half tien al donker zijn.

De Engelse aannemer William Willet kwam in 1907 op het idee om de klok vooruit te zetten. ‘Gedurende de helft van het jaar schijnt de zon al een paar uur als wij nog liggen te slapen en gaat ze al onder als we thuiskomen van ons werk. Waarom zetten we de klok in die periode niet vooruit?,’ schreef hij op een pamflet.

E-sigaret

  E-sigaret krijgt concurrentie
Gepubliceerd op 21 maart 2008

TU Delft heeft een nieuw apparaat ontwikkeld dat kan concurreren met de elektronische sigaret. De zogehete nicotinepuffer geeft kleine concentraties nicotine af, die via de mond rechtstreeks in de longen terechtkomen. Op deze manier kunnen rokers van hun tabaksverslaving afkomen.

Dr. Jan Marijnissen van de TU Delft heeft op basis van een bestaande techniek 'de elektrospray' de puffer ontwikkeld. Door elektrische spanning wordt een nevel van nicotine opgewekt.

De techniek was aanvankelijk ontwikkeld voor het inzetten van bestrijdingsmiddelen voor gewassen, maar kan ook gebruikt worden voor toediening van geneesmiddelen.

De hoeveelheid nicotine kan nauwkeurig gereguleerd worden en dat is volgens de uitvinder een groot voordeel in vergelijking met de elektronische sigaret. De e-sigaret zou namelijk te hoge concentraties nicotine afgeven.

Bron: De Telegraaf/ GoedGevoel

Gezondheid

Aspartaam zorgt ervoor dat de hoeveelheid serotonine in de hersenen wordt verminderd. Onvoldoende werking van deze neurotransmitter kan verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een toename van de PRIKKELBAARHEID, ONLUSTGEVOELENS, DEPRESSIES en ANGSTEN.
Ik ben na het lezen hiervan onmiddelijk gestopt met het gebruik van de zoetstof Aspartaam en ben bruine rietsuiker overal in gaan gebruiken
en binnen 1 week kon ik zonder medicijnen en was ik voor het allergrootste deel van mijn angstgevoelens bevrijd!
Ik hoop dat iemand hier wat aan heeft.

Hugo Claus

Hugo Claus (1929-2008), lief geweld

29-03-2008

Portret Hugo Claus
Nu is hij nog nieuws, met een hoofdletter. Hij zal publiekelijk herdacht worden tot zich een ander evenement aandient: een oorlog, een film, een andere dode kunstenaar. En dan is het zover: de Mensch Hugo Claus, de genereuze taalvirtuoos, is teruggebracht tot een zerk met kille cijfers:
1929-2008. Behalve in de herinneringen van zijn naasten, vrienden, generatiegenoten, gelukkigen die hem ontmoet hebben, literatuurminnaars die hem zo goed mogelijk bijhielden – de productieve mannetjesputter die zijn inspanningen als geen ander wist te relativeren.

In de eeuwigheid geloofde hij niet en ook niet in schrijven voor de eeuwigheid. Maar in zijn immense oeuvre blijft hij vitaal aanwezig voor wie hem wenst te ontmoeten. Zo wilde de Belgische sfinx gekend worden – door zijn werk.

Bij leven zat er geen conventionele biografie van Claus in – waarheidsvinding inzake hem bleek vrijwel onmogelijk. Op de vraag wie hij was, verklaarde hij mystificerend: ‘Hugo Claus, daar bestaat geen definitie voor, daar gis je naar.’ In interviews fabuleerde hij waar hij kon, gaf hij grif toe aan zijn stemmingen, liet hij de meningen van dat ogenblik overheersen, ook al kwamen ze daarmee in gevoelige tegenspraak te staan tot eerder gedane. Om realisme, in zijn oeuvre en in het beeld dat anderen van hem hadden, gaf hij geen zier. De werkelijkheid bestond tenslotte al, daar zat geen avontuur in. Lenigheid van geest verkoos hij, geestkracht tegenover de dorre (levens)feiten, die hij juist levenslang ontsteeg door zijn (levens)kunst. Kameleon
‘Ik denk dat schrijven een soort conversatie is tussen jezelf en iemand die je niet bent,’ sprak Claus ooit. Waarbij op te merken valt dat degene die je niet bent, wel degene is die je wilt zijn. Als je dat maar lang genoeg volhoudt, ben je hem op een dag. Aldus is er geen reden het raadsel Claus van luister te ontdoen. En hoeft er ook geen kunstmatig onderscheid gemaakt te worden tussen zijn persoon en werk, en in dat laatste weer niet tussen de vele activiteiten die hij ontplooide als romancier, verhalenschrijver, dichter, dramaturg, vertaler, schilder, film- en toneelregisseur. Zó kwam hij tot ons, de wispelturige kameleon. Om met zijn roman De Geruchten (1996) te spreken: ‘Het is hij.’

Hugo Claus is van de Nederlandstalige schrijvers niet alleen de meest amorele, maar ook de meest soevereine. ‘Mijn stelregel is: wat mij behaagt, is goed,’ zei hij. Uit zijn oeuvre komt hij naar voren als een geboren individualist, wrang, sarcastisch, geestig, speels, onsentimenteel, leugenachtig, erudiet, wars van pathetiek en soms ook weer schaamteloos pathetisch. Trouw betoont hij slechts aan de kunst zoals die losgezongen van alle belangen kán zijn. Dus gaat hij in zijn werk, dat oerwoud aan mogelijkheden, continu over de schreef en zet hij als een der zeer groten voortdurend de stap in het donker.

Zijn schrijven is niet minder dan het leven de liefde verklaren, of liever: het leven de liefde toefluisteren, toeschreeuwen, toezingen. Het leven is tegelijkertijd goed en kwaad, vandaar zijn vaak gebezigde woordcombinaties ‘teder en angstaanjagend’, ‘lief geweld’. Hij was de schrijver van het leven zelf, in alle ongerijmdheid. Vandaar dat het bericht van zijn dood toch nog als een schok kwam, al wisten we van zijn medische conditie. Het leven is het grootste raadsel, weten we van zijn ontroerende personage Toni in Het jaar van de kreeft (1972): ‘“Ik zal het nooit leren,” zei zij. (...) “Hoe ik moet leven.”’

Lilliputterniveau
Claus is een van die schrijvers door wie je na lezing van een willekeurige bladzijde al meegevoerd bent in dat broeierige, animale universum. De openingsscène van Onvoltooid verleden (1998) is op de vierkante millimeter al direct Claus: een man kijkt uit het raam, de rug toegekeerd naar zijn zoon in de rieten zetel met gebloemde kussens. Een vies stukje kamer in een onooglijk winkelhuisje in een achterlijk gehucht is een enscenering van niks, maar tegelijk is het ook alles.

Claus brengt de wereld, zeer knap, terug tot dat lilliputterniveau – meer is er tenslotte niet. Al vanaf zijn prozadebuut De Metsiers (1951) is België bij hem een proefstation: niet voor gewassen maar voor menselijk materiaal, bij voorkeur subintelligente, boerse, intuïtief gestuurde mannen.

In zijn meesterwerk Het verdriet van België (1983) ving hij al de ziel van zijn vaderland. In twee latere romans, het Faulkneriaanse De Geruchten en het Simenoniaanse Onvoltooid verleden tekende hij het België van Dutroux – beter dan al zijn Vlaamse collegaschrijvers. De Beckettiaanse reductie in Onvoltooid verleden is nog groter dan in De Geruchten: twee mannen zitten in een kamer, de een praat voornamelijk, de ander vraagt af en toe wat. Vermoedelijk vindt het gesprek plaats in een gevangenis. De pijplurkende, Maigret-achtige commissaris blijft geheel buiten beeld; hij is slechts een corrigerende stem bij de monoloog van de verdachte. Bij De Geruchten worden de elkaar omspelende vaagheden, roddels, halve suggesties en insinuaties – die uiteindelijk het verhaalverloop onafwendbaar zullen bepalen – formeel weerspiegeld door het meervoudig perspectief. In Onvoltooid verleden draagt de beperking tot een bijna-monoloog bij aan een zo scherp mogelijke reconstructie van het verleden, met zoveel mogelijk details. Twee uiterst verschillende manieren met één resultaat: literatuur zonder weerga.

Vingeroefening
In Claus’ beste werk staan de woorden en zinnen op de juiste plaats. Altijd weer is er de verlokking van zijn barokke en raunchy stijl; de kracht van zijn beelden; de grillige wendingen in de dialogen, de gedachten en de verhaalhandeling.

Zijn literaire sensibiliteit en betoverende zinnelijkheid staan buiten kijf en in het ongegeneerd evoceren van zijn amorele wereld is hij groots. De keerzijde van zijn virtuositeit is gemakzucht en dat valt vooral op de korte baan op: in zijn poëzie en verhalen. De ene keer is het briljant – ‘Nu nog’ behoort tot de mooiste liefdesgedichten in ons taalgebied – en mobiliseert hij alles wat hij in zich heeft op een achteloze, soevereine manier. De andere keer produceert hij een niemendalletje, een vingeroefening.

Zijn talent was al vroeg rijp. Als verhalenschrijver heeft hij nauwelijks ontwikkeling doorgemaakt. Wél heeft hij de verteltechnische mogelijkheden van het verhaal in de loop der tijd verkend. Dan weer schreef hij realistisch – ja, toch –, dan weer surrealistisch, vervreemdend, satirisch, lichtvoetig, ironisch en grotesk. Bij voorkeur over de dood, relaties, liefde, verwording en ontrouw. Vaak eindigt zo’n verhaal in een surrealistisch beeld – de werkelijkheid of wat we daarvoor aanzien, wordt op haar kop gezet.

Het is verbluffend hoe achteloos hij verhalen begint: met minimale inzet van een paar zetstukken, een alledaagse mededeling. ‘Rika, de vrouw van Xavier, wou niet scheiden, dat deed men niet in haar familie, maar verder met haar man leven kon ook niet want volgens haar was hij tijdens zijn leven al dood.’

Niet toevallig heet een verhaal ‘De beginregels’. Het gaat over een schrijver die niets van waarde op papier krijgt; voortdurend verwerpt hij zijn beginregels. Als remedie bedenkt hij niet alleen een minnares, hij brengt zijn vrouw ook in de waan dat hij haar ontrouw is. Het geeft hem de benodigde onthechting en dus de vrijheid om te schrijven.

Toch stel ik hem hoger als romancier dan als verhalenschrijver. Waar de verhalen ons een blik in het laboratorium bieden, zijn de romans het eindproduct. Dat waarin de vele facetten van zijn kunstenaarschap het meest indringend want convergerend samenkomen: zijn hang naar mythologie, naar oud-Griekse gruwel, naar Frans-surrealistische ontregeling; het anti­klerikale en onburgerlijke, zijn niet te beteugelen vrijheidsdrang, de viering van het leven.

Dat de Grote Eén van België, geboren in het gelukkige teken van de Ram, ter wereld gekomen door een keizersnee op 5 april, niet meer is, is kortom een leugen. De menselijke conditie à la Claus: ‘Ik geef toe, het is van ons schoonste niet, maar de mens moet toch iets doen met zijn medemens, hem plagen of hem vogelen.’ Iemand die zo grandioos schreef, laten we niet gaan.

Bron: Vrij Nederland

Lees verder...

Neon-Kunst

Neon-kunst

Immigranten

'Immigranten toelaten grootste vergissing ooit'

woensdag 26 maart 2008

Meer dan de helft van de Nederlanders vindt de islam een bedreiging voor de Nederlandse identiteit. De toelating van grote groepen immigranten zien Nederlanders als de grootste vergissing uit de vaderlandse geschiedenis.


Nederlanders vinden de islam een bedreiging voor de Nederlandse identiteit

Dat blijkt uit de Geschiedenismonitor, een onderzoek van het Historisch Nieuwsblad, Andere Tijden en de Volkskrant.

Vergissing
Van de 1.069 ondervraagden noemt 56 procent de islam een bedreiging voor de Nederlandse identiteit en 57 procent vindt het toelaten van grote groepen immigranten de grootste vergissing uit de Nederlandse geschiedenis.

De huidige toestroom van Oost-Europeanen blijft ondertussen toenemen. Het Centraal Planbureau (CPB) vergeleek de immigratiestroom al met de komst van gastarbeiders in de vorige eeuw.  Het CPB waarschuwde ervoor dat Nederland als verzorgingsstaat erg aantrekkelijk is voor laagopgeleide immigranten. 

Máxima
De Geschiedenismonitor ging vooral over de kennis van geschiedenis van Nederlanders, waarmee het slecht gesteld is. Voor een test gebaseerd op de historische canon voor het basisonderwijs scoorden de respondenten gemiddeld een 5,2.

Van de respondenten is 66 procent het niet eens met de stelling van prinses Máxima dat ‘de’ Nederlandse identiteit niet bestaat.

Bron: Elsevier